Waardering derivaten onder IFRS 13

Hoe dient de reële waarde voortaan bepaald te worden?

Wat is de mogelijke impact op hedge accounting?

IFRS is verplicht voor ondernemingen met in Europa beursgenoteerde aandelen. Er is geen verschil met de IAS standaarden, alleen in benaming. IFRS 13 is een ‘nieuwe’ standaard, vanaf 1 januari 2013 van kracht,  die geen nieuwe voorschriften bevat over wanneer reële waarde toegepast moet worden, maar legt uit hoe de reële waarde bepaald moet worden. In dit artikel wordt  de ‘nieuwe’ definitie van reële waarde van een derivaat onder IFRS 13 aangegeven, waarna we de methodiek beschrijven die leidt tot marktwaardebepaling, conform de IFRS13 vereisten. Hierna leggen we uit wat de aangepaste waardering voor invloed kan hebben op hedge-accounting. Allereerst wordt het doel aangegeven van IFRS 13.

DOEL IFRS 13

Het gebruik van reële waarden is niet nieuw binnen IFRS. De regels inzake de bepaling van reële waarden en de vereiste toelichting op de waardering waren verspreid over verschillende standaarden en deze voorschriften waren niet allemaal samenhangend. Daarom heeft de International Accounting Standards Board (IASB) IFRS 13 gepubliceerd met als doel:

– Voorschriften te geven voor alle reële waardebepalingen onder IFRS;

– Een definitie  van reële waarde te geven;

– Het verbeteren van de informatieverstrekking over reële waardebepalingen. Hiertoe dient de toelichting in de jaarrekening aangepast te worden. Gebruikers van de jaarrekening kunnen hierdoor de gehanteerde waarderings-methodieken en de gebruikte informatie beter beoordelen.

DEFINITIE REËLE WAARDE

Onder IAS 39 / IFRS 13 is het verplicht om derivaten tegen reële waarde in de balans op te nemen. Volgens IAS 39 is de definitie van reële waarde van een derivaat, het bedrag waarvoor het derivaat kan worden verhandeld of de verplichting vanuit dit derivaat kan worden afgewikkeld, tussen ‘ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn’. Dit betekent dat IAS 39 een ‘close out’ benadering toestaat, waarbij rekening wordt gehouden met het bedrag dat aan de tegenpartij van het instrument betaald zou moeten worden. Onder IAS 39 spreekt men van de prijs waartegen je een derivaat kunt settlen, terwijl IFRS 13 spreekt over de prijs waartegen je een derivaat over kunt dragen: ‘De prijs die zou worden ontvangen of betaald om een activum te verkopen of een verplichting over te dragen in een ordentelijke transactie in de belangrijkste (of meest voordelige) markt op balansdatum onder de geldende marktomstandigheden (d.w.z. een exit price) onafhankelijk van of die prijs direct observeerbaar is of is geschat op basis van een andere waarderingsmethodiek’.

CVA / DVA

Onder IFRS 13 wordt de hierboven beschreven reële waarde bepaald met inachtneming van het eigen krediet risico en dat van de tegenpartij. De aanpassing voor kredietrisico van de tegenpartij (vaak de bank) wordt credit value adjustment (CVA) genoemd. IFRS 13 verlangt dat ook een aanpassing gemaakt wordt voor het kredietrisico van de onderneming zelf. Een dergelijke aanpassing heet debit value adjustment (DVA).

Het kredietrisico in een derivaat kan significant zijn. Dit omdat de waardeontwikkeling  van een derivaat heel groot kan zijn. Dat geldt zeker voor derivaten met een lange looptijd, een grote onderliggende waarde en derivaten die aan het einde van de looptijd een grote reële waarde kunnen hebben zoals valutatermijncontracten en cross currency swaps. De mogelijke waarde op het moment van default van de tegenpartij is sterk afhankelijk van de volatiliteit van de onderliggende waarde.

METHODIEK MONTESQUIEU

Het berekenen van CVA en DVA om zo tot de onder IFRS 13 vereiste waardering van de derivaten te komen, is een complexe exercitie. Montesquieu berekent voor haar relaties het tegenpartijrisico op basis van ‘potential future exposure’. In de calculatie wordt daarom rekening gehouden met het actuele tegenpartijrisico aan de hand van de actuele marktwaarde en met het potentiële toekomstige tegenpartij-risico aan de hand van simulaties. Montesquieu beschikt over een eigen dealing room met professionele ‘pricing’ systemen voor het uitvoeren van de berekeningen. Het risicoprofiel van de banken en het bedrijf wordt bepaald aan de hand van diverse input parameters.

IFRS 13 kent een hiërarchie voor wat betreft de input die een onderneming kan gebruiken in de reële waarde berekeningen:

Level 1 Data: verhandelbare instru-menten op een actieve markt voor identieke assets en liabilities (voorbeeld: credit default swaps);

Level 2 Data: observeerbare input anders dan verhandelbare instrumenten (voorbeeld: een recente uitgegeven obligatielening);

Level 3 Data: niet genoteerde en niet observeerbare prijzen (voorbeeld: de kredietopslag op een recent aangetrokken banklening).

Onderstaand volgt stapsgewijs het proces om tot de reële waardeberekening van de derivaten, gewaardeerd conform de IFRS 13 verplichting te komen:

(1) Allereerst worden de marktwaarden van de renteswaps op risicovrije basis berekend (de vóór de introductie van IFRS 13 geldende waardering);

(2) Vervolgens worden CVA en DVA berekend.

(3) Hierna wordt de resultante van CVA en DVA vermenigvuldigd met de rentegevoeligheid van de renteswaps per basispunt, uitgedrukt in euro’s. Dit bedrag geeft de correctie weer die gemaakt wordt op de marktwaarden;

(4) De marktwaarden bij stap (1) gecorrigeerd voor (3) geeft de reële waarde van de renteswaps onder IFRS 13.

Door de verandering van de marktwaarden treedt een afwijking op voor wat betreft de effectiviteit van de hedge.

IMPACT OP HEDGE ACCOUNTING

De meeste bedrijven die onderworpen zijn aan IFRS, passen hedge-accounting toe. Door de specifieke IFRS 13 waardering van derivaten, leidt dit tot enige mate van ineffectiviteit in de hedgerelatie.

Deze ineffectiviteit dient in de hedgerelatie tot uitdrukking gebracht te worden en gaat rechtstreeks door het resultaat. In de praktijk is het in het uiterste geval zelfs mogelijk dat vanwege de aangepaste waardering hedge-accounting helemaal niet meer kan/mag worden toegepast.

Onder IFRS is het verplicht de effectiviteit te toetsen middels een zogeheten prospectieve en retrospectieve toets. Hierin dient de IFRS 13 waardering te worden gebruikt.

TOT SLOT

De invoering van IFRS 13 op 1 januari 2013 betekent een verplichting voor bedrijven onder IFRS om derivaten te waarderen met in achtneming van  CVA en DVA. Het waarderen van derivaten is hierdoor een complexe exercitie geworden.

Montesquieu is zeer ervaren op dit gebied en waardeert als onafhankelijke partij inmiddels voor vele ondernemingen onder IFRS de derivatenportefeuilles.

We zijn graag van dienst om u als bedrijf te ontzorgen voor wat betreft deze waarderingen en de toetsingen op effectiviteit. Mocht u hierin geïnteresseerd zijn, neemt u dan gerust contact op met ons.