In dit artikel wordt het begrip staatssteun besproken. Ondanks dat staatssteun op verschillende wijzen toegepast kan worden, zullen wij ons hier specifiek richten op het inzetten van leningen en garanties.

Staatssteun is een begrip waarvan we de relevantie in zowel de publieke- als private sector niet langer kunnen onderkennen. In tijden waarin een financiering van een bank verkrijgen een lastig traject kan zijn, bestaat er de mogelijkheid om ondersteuning van de overheid  te krijgen.

Zo speelt staatssteun bijvoorbeeld  een rol bij de privatisering van havenbedrijven. Deze onder- nemingen  zijn in het verleden vaak gemeenschappelijke regelingen geweest die nu volledig op eigen benen komen te staan. Als gevolg hiervan zullen de havens afscheid moeten nemen van projecten die niet winstgevend genoeg zijn om dit te bewerkstelligen.

Om deze overgang te begeleiden  kunnen overheidsgaranties worden ingezet. Deze kunnen echter  niet onder de noemer staatssteun vallen, want staatssteun is namelijk niet toegestaan.

Maar wat is staatssteun nu precies? Hoe komt het dat steun kan worden geclassificeerd als zijnde staatssteun?  Hoe kan staatssteun worden voorkomen en welke uitzonderingen zijn er op de regel?

Wat is Staatssteun?

Het begrip Staatssteun is in artikel 87 lid 1 VWEU (het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) door de lidstaten bepaald:

“Behoudens de afwijkingen waarin dit verdrag voorziet, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde onder- nemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen onverenigbaar met de gemeen- schappelijke markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloed.”

Om te kunnen beoordelen of er sprake is van staatssteun heeft de Europese Commissie een lijst met criteria samengesteld. Alleen wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan kan een maatregel als staatssteun worden geclassificeerd:

1. Er moet sprake zijn van een maatregel van de staat of met staatsmiddelen bekostigd;

2. De maatregel moet een voordeel verschaffen aan de begunstigde(n);

3. Er moet sprake zijn van begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties;

4. De maatregel moet de mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen;

5. De maatregel moet het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloeden.

Wanneer niet aan een van de bovenstaande maatregelen wordt voldaan kan er dus geen sprake zijn van staatssteun. In beginsel dienen, op grond van artikel 108 lid 3 VWEU, steunmaatregelen ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de Europese Commissie (aanmeldings-verplichting) en mogen de voorgenomen steunmaatregelen niet tot uitvoering worden gebracht voordat de Europese Commissie hierover een eindbeslissing heeft genomen (standstill-verplichting).

Toegespitst op leningen en garanties, betekent dit het volgende:

Het Europese Hof van Justitie  geeft aan dat een lening wordt geclassificeerd als staatssteun, wanneer deze niet tegen markt- conforme voorwaarden is verstrekt. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat een lening zonder rente is verstrekt of een rente moet worden betaald die bepaald niet marktconform is.

Daarnaast is het mogelijk dat de lening een looptijd heeft die afwijkt van de marktconformiteit.

Deze bepalingen gelden ook met betrekking tot het verstrekken van garanties. Deze mogen in principe niet verstrekt worden wanneer het een onderneming in het voordeel zou brengen met het aantrekken van kapitaal tegen zeer gunstige voorwaarden en/of tarieven.

Hoe is Staatssteun te voorkomen?

Bij het verrichten van investeringen,  grondtransacties, garanties afgeven, leningen verstrekken, bouwrijp maken van gronden en bijdragen in verliezen, kunnen decentrale overheden de aanmeldings- verplichting en staats- steun op voorhand voorkomen door marktconform te handelen. Ook om te bepalen of marktconform wordt gehandeld heeft de Europese Commissie een lijst met criteria opgesteld:

  • De kredietnemer verkeert niet in financiële moeilijkheden;
  • De omvang van de lening /garantie is bepaalbaar op moment van toekenning;
  • De garantie dekt niet meer dan 80% van de uitstaande leningen of andere financiële verplichtingen;
  • Voor de lening / garantie wordt een marktconforme prijs bepaald.

Dit laatste bulletpoint zullen wij verder toelichten: De classificatie als staatssteun van het verstrekken van een lening of een garantie kan voorkomen worden wanneer een marktconforme opslag (voor een lening) of een marktconforme vergoeding (voor een garantie) wordt betaald. Hiernaast dient de afgegeven lening of garantie nog aan een aantal andere voorwaarden te voldoen. Zo is het belangrijk dat de opslag of vergoeding die in rekening wordt gebracht, afhankelijk is van een combinatie van de 1)krediet- waardigheid en de 2)zakelijke zekerheden  die de onderneming kan bieden.

1)Kredietwaardigheid

De kredietwaardigheid van een onderneming wordt doorgaans uitgedrukt in een rating. Dit kan een rating zijn die van een ratingbureau afkomstig is (bijvoorbeeld de welbekende Moody’s, Fitch of S&P). Dit hoeft echter niet. De rating kan ook van een bank of nationaal rating systeem afkomstig zijn.

2)Zakelijke Zekerheden

Voor de zekerheden die een onderneming een financier kan bieden, wordt ook wel de term ‘normale zakelijke zekerheden’ gebruikt. Hiermee worden de zekerheden bedoeld die doorgaans door financiële instellingen als onderpand voor een verstrekte lening worden gevraagd.

Op grond van een studie door de Europese Commissie kan het niveau van deze zakelijke zekerheden worden uitgedrukt in: ‘het verlies voor de financier bij faillissement’ (ook wel Loss Given Default, LGD). Kortgezegd is LGD het kapitaal dat een financier verliest wanneer de lening houder faillissement aan zou vragen. Het percentage LGD wordt doorgaans berekend door het totale verlies, ten tijde van faillissementsaanvraag, te delen door de vorderingen op het onderpand.

Hieruit volgt dat wanneer LGD laag is, grote mate van zekerheden aanwezig zijn. In het kader van deze regelgeving wordt onder ‘hoge’ zekerheidsstelling een LGD verstaan van 30% of minder, onder ‘normale’ zekerheidsstelling een LGD tussen 31 en 59% en onder een ‘lage’ zekerheidsstelling verstaan wij een LGD van 60% of hoger (zie de  onderstaande afbeeldingen).

Opslagen

Nu kredietwaardigheid en zakelijke zekerheden zijn gedefinieerd kunnen de vergoedingen worden bepaald. In verband met marktconformiteit heeft de Europese Commissie een kader gesteld aan de tarieven. De basis voor het tarief is de eenjaars ‘Interbank Offered Rate’ (IBOR) van de lidstaat . In de  praktijk zal blijken dat hier EURIBOR voor wordt gebruikt.

Een opmerking bij deze grondslag is dat ongeacht de looptijd van de lening of garantie het eenjaars tarief wordt genoemd. Wij vinden het niet toepasbaar om voor een lening met een langere looptijd het eenjaars tarief te gebruiken en adviseren dan ook om het tarief te koppelen aan een markttarief waarvan de looptijd gelijk is aan die van de lening. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Swaprate, die wordt gebruikt om rentetarieven vast te stellen voor leningen met een looptijd van meer dan een jaar.

De opslagen die de Europese Commissie heeft vastgesteld voor een lening verschillen hierbij van de opslagen voor garanties. De premie die van toepassing is op een garantie heet ook wel een Safe-Harbour premie.

Ondernemingen die nog geen kredietverleden hebben, betalen een premie van 400 basispunten  op de lening en 380 basispunten voor de garantie.

Een overzicht van premies voor zowel lening als garantie vindt u in de tabellen.

Opslagen vs zekerheidsstelling Safeharbour premies

Uitzonderingen

Ook met betrekking tot het definiëren van  staatssteun dienen uitzonderingen te worden gemaakt. Zo zijn er uitzonderingen mét en zonder een zogenaamde meldingsplicht bij de Europese Commissie.

Wanneer de garantie of lening over een periode van drie belastingjaren een plafond heeft van €200.000, wordt deze steun geclassificeerd als de-minimissteun. Gezien de hoogte van het plafond zal deze uitzondering voornamelijk voor het midden– en kleinbedrijf gelden.

Echter,  steun voor het midden– en kleinbedrijf is sowieso een vorm van steun die onder vrijstellings-verordeningen valt en hiervoor geld ook geen meldingsplicht.  Onder deze vrijstellingsverordeningen valt ook de steun aan het MKB voor onderzoeks- en  ontwikkelings- activiteiten en de steun voor de landbouw en visserij. Daarnaast is er ook een vrijstelling voor opleidingssteun en werk-gelegenheidssteun. Deze wijze van staatssteun hoeft dus niet te worden gemeld bij de Europese Commissie, er geld echter wel een kennisgevingsplicht.

Er zijn ook uitzonderingen waarbij wél een meldingsplicht geldt. De Europese Commissie besluit dan alsnog of er eventueel sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Dit geldt bijvoorbeeld in geval van (natuur) rampen of andere buitengewone gebeurtenissen. Ook voor steun aan regio’s met een abnormaal lage levenstandaard of een ernstig gebrek aan werkgelegenheid dient een uitzondering te worden gemaakt. Uitzonderingen gelden ook wanneer het een project zou betreffen in Europees belang,  of wanneer het de economie van een lidstaat in balans zou moeten brengen. Instand- houding van cultureel erfgoed, ontwikkeling van regionale economieën en Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) vallen hier ook onder.

Afsluitend

Staatssteun is een begrip waar men in zowel de publieke– als private sector niet onderuit kan. Echter, het classificeren en vermijden ervan is doorgaans geen gemakkelijke materie.  Bij het bepalen of een maatregel wél of níet als staatssteun  wordt geclassificeerd is het vaak lastig een lijn te trekken.

Montesquieu heeft ruime ervaring met financieringstrajecten waarbij staats- steun een belangrijke rol heeft gespeeld. Dit geldt voor zowel private ondernemingen als decentrale over- heden. Wij adviseren uw onderneming bij deze en andere financierings-vraagstukken en bieden praktische ondersteuning bij de invulling ervan.