Nieuw Financieel ToetsingsKader

Overzicht van wijzigingen en de impact op beleggings- en risicobeleid

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale zaken en Werkgelegenheid heeft op 25 juni 2014, net voor het zomerreces, het wetsvoorstel nieuw FTK (hierna nFTK) naar de Tweede Kamer gestuurd. De ministerraad heeft na het positief advies van de Raad van State toestemming gegeven om het wetsvoorstel in te dienen. De belangrijkste wijzigingen worden in deze publicatie behandeld, evenals de verwachte impact voor de dekkingsgraad, het beleggingsbeleid en het risicobeleid voor pensioenfondsen.

Aanleiding en doel

De financiële en de economische crisis hebben de tekortkomingen van het huidige pensioensysteem blootgelegd. Het wetsvoorstel ter verbetering van het financieel toetsingskader moet deze tekortkomingen dichten en het vertrouwen in het pensioensysteem herstellen. De doelstellingen die de staatssecretaris heeft gekregen zijn onder meer:

  • Dat de pensioenen minder gevoelig moeten zijn voor grote schokken op de financiële markten.
  • Dat de risico’s en de rendementen eerlijker over de generaties moeten worden verdeeld.
  • Dat het aangepaste FTK ervoor moet zorgen dat het beleggingsbeleid meer op de lange termijn wordt afgestemd, zodat ook aan de indexatie ambitie kan worden gewerkt.

Noodzakelijk onderhoud

In eerste instantie was het wetsvoorstel erop gericht om tot een meer toekomstbestendig pensioenstelsel te komen. De Raad van State relativeert in zijn advies de impact van het wetsvoorstel. Het wijzigt slechts het FTK om, binnen de bestaande kaders van het nominale contract, het beheer van pensioenvermogens op korte en lange termijn stabieler te maken. En daarmee bij te dragen aan een meer evenwichtige verdeling van risico’s over de betrokken groepen. Ook het kabinet noemt de te nemen wijzigingen noodzakelijk onderhoud aan het pensioenstelsel. Deze ingreep staat los van het debat over de toekomst van het pensioenstelsel. Dit debat, ook wel bekend onder “open dialoog” of “brede discussie”, zal na het zomerreces plaatsvinden tussen burgers, sociale partners, pensioenuitvoerders en andere belanghebbenden. Dit moet lijden tot een hoofdlijnennotitie die begin 2015 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. We zien het nFTK wel als een noodzakelijke aanpassing, maar de maatregelen zullen voor sommige partijen nog niet ver genoeg gaan. Aanvullend is daarom een brede discussie noodzakelijk.

 

Wijzigingen

De belangrijkste wijzigingen in het huidige wetsvoorstel nFTK zijn:

  • Toepassing van de spreidingsmethodiek voor financiële schokken. Pensioenfondsen moeten direct maatregelen nemen. Er wordt niet meer gewacht tot het einde van de herstelperiode. Maatregelen mogen wel over 10 jaar worden gespreid. Hierop is één uitzondering: een pensioenfonds mag niet langer dan vijf jaar een dekkingstekort hebben. Als die termijn wordt overschreden zal er een eenmalige bijstorting of korting moeten plaatsvinden. Deze korting mag over 10 jaar worden uitgesmeerd, waardoor het minimaal vereist eigen vermogen van 105% wordt behaald. De hersteltermijn is in dit geval dan maximaal 15 jaar nadat het tekort is geconstateerd.
  • Pensioenfondsen moeten vooraf expliciet duidelijk maken welke maatregelen worden genomen als de dekkingsgraad te veel daalt. Ze moeten aangeven hoe risico’s worden opgevangen en hoe de aanspraken, indien nodig, worden gekort.
  • Duidelijke verdeelregels worden geïntroduceerd voor de indexatie van pensioenen. Deze regels zorgen voor een evenwichtige verdeling van de indexatie over de generaties. Financiële meevallers kunnen hierdoor niet vroegtijdig worden uitgedeeld, maar zullen worden uitgesmeerd.
  • Een stabiele kostendekkende premie. Dit is van belang voor stabiele koopkracht en loonkosten. Dit onderwerp valt buiten de scope van de publicatie en wordt daarom niet verder uitgewerkt.
  • De afhankelijkheid van dagkoersen op financiële markten vermindert door de introductie van de “beleidsdekkingsgraad”. Hierbij worden de fluctuatie van de dekkingsgraad gedempt door een gemiddelde dekkingsgraad te berekenen over 12 maand ultimo’s. De 3-maands middeling van de rentecurve zal hierdoor vervallen.
  • Hogere buffereisen door nieuwe en strengere uitgangspunten voor de berekening van het Vereist Eigen Vermogen. De impact is naar verwachting dat het gemiddelde Vereist Eigen Vermogen met circa 5% zal stijgen.

Timing

Het nFTK wordt ingevoerd per 1 januari 2015. De pensioenfondsen krijgen echter bij het vaststellen van hun premie en indexatie voor 2015 de toestemming om nog uit te gaan van het huidige FTK. Ook krijgen pensioenfondsen meer tijd om de wijzigingen door te voeren die nodig zijn voor het nFTK. De pensioenfondsen moeten voor 1 juli 2015 in plaats van 1 januari voldoen aan de eisen voor ABTN, financieel crisisplan, beleggingsbeleid en indexatiebeleid. Bij de berekeningen, die pensioenfondsen voor de toezichthouder DNB maken, moeten zij wel direct uitgaan van de aangepaste UFR en de nieuwe parameters. Gelijktijdig met de invoering van het nFTK worden ook (via aparte besluiten) andere aanpassingen verwerkt. Zo worden per 1 januari 2015 ook de adviezen van de Commissie UFR en van de Commissie Parameters door de staatssecretaris overgenomen.

Het nFTK heeft, evenals de andere adviezen die door de staatssecretaris worden overgenomen, impact op de dekkingsgraad, het beleggingsbeleid en het risicobeleid. Deze zullen hierna worden behandeld.

Impact op dekkingsgraad en indexatiebeleid

Het nFTK heeft tot gevolg dat een beleidsdekkingsgraad wordt geïntroduceerd, die op basis van 12 waarden wordt gemiddeld. De middeling zorgt ervoor dat de volatiliteit van de dekkingsgraad wordt gedempt. Daarnaast is er een demping van de dekkingsgraad te verwachten door de spreiding van de financiële schokken over maximaal 10 jaar. We verwachten dat de adviezen van de Commissie UFR voor de meeste pensioenfondsen voor een verlaging van de dekkingsgraad zullen zorgen. De Commissie UFR heeft onder meer geadviseerd om een 120-maandsgemiddelde van het niveau van de 20-jaars forward rente te gebruiken. Voorheen was deze rente nog vastgeprikt op 4,2% en nu is deze gekoppeld aan de marktsituatie. De gemiddelde 20-jaars forward rate zorgt voor een dempend effect, maar deze UFR is lager, waardoor de waardering van de voorziening pensioenverplichting stijgt en de dekkingsgraad naar verwachting daalt. De impact is per pensioenfonds verschillend en zal direct bij invoering van de adviezen van de Commissie UFR merkbaar zijn. Naar verwachting is dit 1 januari 2015.

Bij de adviezen van de Commissie Parameters verwachten we dat, voor de meeste pensioenfondsen, deze adviezen impact zullen hebben op het te voeren beleggings- en indexatiebeleid. De Commissie heeft onder meer nieuwe rendementsverwachtingen en volatiliteitparameters vastgesteld waarmee de pensioenfondsen maximaal mogen rekenen in de berekeningen van de herstelplannen en de haalbaarheidstoets. We verwachten hierdoor minder beleidsruimte voor pensioenfondsen. De wijzigingen, die DNB gaat doorvoeren, leggen de lat voor pensioenfondsen nog hoger door de strengere uitgangspunten voor de berekening van het Vereist Eigen Vermogen. Alle geplande maatregelingen voor 2015 zorgen ervoor dat het indexeren van de pensioenen op de korte termijn bijna niet mogelijk is, door het drukkend effect op de dekkingsgraad. Voor de middellange termijn zal minder snel en waarschijnlijk ook minder geïndexeerd kunnen worden dan in de huidige situatie door het uitsmeereffect, ook wel bekend onder “toekomstbestendig indexeren”. Uiteraard is het indexeren mede afhankelijk van de economische ontwikkeling en de situatie van het pensioenfonds zelf.

Impact op beleggingsbeleid en risicobudget

Het nFTK komt grotendeels tegemoet aan de wens om de beleggingsspagaat (Enerzijds nominale garanties bieden en anderzijds rendement maken om te indexeren) op te heffen, waarin menig pensioenfonds nu verkeert met het huidige systeem. Het beleggingsbeleid krijgt door het uitsmeereffect van 10 jaar weer een lange termijn focus, nadat de pensioenfondsen in de recente jaren door de lage dekkingsgraad en daardoor de dreigende kortingen een korte termijn beleggingsbeleid hebben gevoerd. We verwachten dat pensioenfondsen meer in risicovollere beleggingen, zoals high yield obligaties en aandelen, willen beleggen om de indexatie van de pensioenen mogelijk te maken. Dit kan echter weer tot een beleggingsspagaat leiden. De verdeling van het risicobudget zal daarom opnieuw moeten plaats vinden. Een ALM-studie is noodzakelijk om de ruimte die de pensioenfondsen hebben te bepalen. Het beschikbare risicobudget zal zorgvuldig moeten worden verdeeld over de matching portefeuille en de return portefeuille. Het dilemma op dit moment is dat de rentetarieven bijzonder laag zijn, en hoewel de verwachting is dat ze uiteindelijk weer zullen gaan stijgen, zal een lage hedge ratio een groot deel van het risicobudget opeten en weinig overlaten voor de return portefeuille. Daarnaast zal er aandacht zijn om het neerwaarts risico en volatiliteit te beperken. Hierbij kan voor de matching portefeuille worden gedacht aan swaptions en bij de return portefeuille aan aandelenopties. De verschuiving naar deze instrumenten brengt echter kosten met zich mee. Naast het betalen van premies voor de instrumenten zijn er ook aanvullende kosten met betrekking tot onafhankelijk risico controle & advies (effectiviteit) en regelgeving (EMIR).

Een andere trend die we verwachten is het voortzetten van de voorkeur voor passief beheerde mandaten of low volatility mandaten boven actief beheerde mandaten. Dit heeft drie positieve effecten. Ten eerste worden hierdoor lagere beheerkosten bereikt. Ten tweede kan hiermee het extra (actief) risico worden afgebouwd, zodat het Vereiste Eigen Vermogen niet wordt verhoogd. Ten derde krijgt het pensioenfonds meer controle op de beleggingen door een meer eenvoudige portefeuille.

Impact op risicobeleid

Het nFTK zorgt voor meer stabiliteit van de premies en de uitkeringen, maar niet voor het beleggingsbeleid. De hogere buffers, die nu worden ingevoerd, vrijwaren de pensioenfondsen niet voor financiële en economische schokken. Die kunnen zich nog steeds voordoen. Daarnaast zorgt de ambitie om te indexeren in het nieuwe toezichtskader, dat pensioenfondsen meer risico willen of moeten nemen. Echter zolang pensioenfondsen in herstel zijn, krijgen ze hier niet de mogelijkheden toe. Het beleggingsbeleid mag immers niet worden aangepast. Het nFTK legt de nadruk op de prudent person regel. Dit uit zich doordat meer gekeken wordt of de complexiteit van de beleggingsportefeuille, het risicobeheersingsbeleid, het beleggingsproces en het strategisch plan dat ten grondslag ligt consistent wordt uitgevoerd en gemonitord.

Conclusie

We vinden het nFTK zoals het nu is uitgewerkt, het best mogelijke en maximaal haalbare binnen het huidige stelsel, rekening houdend met de verschillende belanghebbenden. Met het nFTK wordt geen strategische wijziging ingezet. De wijzigingen betreffen slechts technisch onderhoud dat van tijd tot tijd nodig is. Het wetsvoorstel is een tussenvariant van het nominale en reële contract die eerder in beeld zijn geweest. De aangescherpte financiële spelregels van het nFTK moeten ervoor zorgen dat ten eerste de pensioenen minder gevoelig zijn voor grote schokken op de financiële markten en ten tweede een betere borging bieden van het opgebouwde pensioenvermogen voor alle deelnemers op de korte en lange termijn. De consequentie van het nFTK is onder meer dat de kans dat pensioenen worden verhoogd om de prijsstijgingen te compenseren kleiner wordt en dat daardoor de beleggingsspagaat deels blijft bestaan.

Bij de impact op het beleggings- en risicobeleid van het pensioenfonds wil Montesquieu als onafhankelijk extern risicomanager u graag ondersteunen.

Klik hier om deze publicatie in PDF-formaat te downloaden: Juli 2014 – Nieuw Financieel Toetsingskader – Overzicht van wijzigingen en de impact op beleggings- en risicobeleid