Een praktische inleiding voor niet-financiële ondernemingen. IFRS 13 ‘Fair Value Measurement’ is een nieuwe standaard die algemene richtlijnen geeft voor het bepalen van de reële waarde (´fair value´) voor accounting-doeleinden. De standaard is vanaf 1 januari 2013 van kracht. Dit houdt in dat ondernemingen die onder IFRS rapporteren uiterlijk per 31 december aanstaande aan de richtlijn moeten voldoen. 

In dit artikel bekijken we een aantal aspecten:

  1. De achtergrond van IFRS 13
  2. Kredietrisico in derivatentransacties
  3. De berekening van tegenpartijrisico
  4. Enkele praktijkvoorbeelden
  5. De impact op hedge accounting

We sluiten af met een conclusie. Tegenpartijrisico wordt ook vaak aangeduid met kredietrisico of credit risk. In deze tekst worden alle drie de termen afwisselend gebruikt.

ACHTERGROND VAN IFRS 13

Op het eerste oog zijn er geen grote wijzigingen vergeleken met IAS 39 inzake de waardering van derivaten. Maar IFRS 13 introduceert een cruciaal nieuw element in de waardering, namelijk de verplichting om het eigen kredietrisico en dat van de tegenpartij te verwerken. Waar komt dit verschil vandaan? Onder IAS 39 was er in fair value berekening sprake van de settlement value, ofwel de prijs die men moet betalen om van een verplichting af te komen. Het begrip settlement value impliceert dus een beëindiging van een transactie waarbij het kredietrisico ophoudt te bestaan. In IFRS 13 wordt hiervoor in de plaats een nieuw begrip geïntroduceerd, namelijk transfer value. Transfer value is de prijs die men zou moeten betalen bij de verkoop van een verplichting of zou moeten ontvangen bij de verkoop van een actief (…in een ordelijke transactie tussen marktpartijen op de waarderingsdatum…). Het begrip transfer value impliceert daarom dat beide marktpartijen in de waardering rekening houden met elkaars kredietwaardigheid. Het kredietrisico blijft immers bestaan. Hieruit volgt dan ook de noodzaak om een berekening te kunnen maken van zowel het kredietrisico van de tegenpartij als het eigen kredietrisico.

KREDIETRISICO IN DERIVATENTRANSACTIES

Het belang van tegenpartijrisico in derivatentransacties is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Het meten en beheersen van kredietrisico’s is van oudsher een bekend domein voor banken geweest, maar speelde tot voor 2007 vooral een rol bij kredietverlening. De val van Lehman Brothers en de daaropvolgende kredietcrisis heeft een aantal nieuwe inzichten opgeleverd op het gebied van kredietrisico in derivatentransacties. Vergeleken met het kredietrisico van bijvoorbeeld een gewone obligatielening, hebben derivaten twee specifieke kenmerken op het gebied van tegenpartijrisico. Beide kenmerken maken het bijzonder lastig om het potentiële risico te bepalen.

  1. Het verwachte risico is onzeker qua omvang; toekomstige kasstromen zijn immers afhankelijk van toekomstige marktbewegingen van onderliggende waarden (vreemde valuta’s, rente, grondstoffen, aandelen etc.).
  2. Een derivaat kan op enig moment voor een onderneming een positieve waarde hebben en op een later moment een negatieve waarde. Het derivaat wijzigt daarmee van een asset naar en liability.

VALUATION ADJUSTMENTS

De correctie op de fair value als gevolg van het toepassen van kredietrisico op de tegenpartij heet Credit Valuation Adjustment (CVA). Met CVA wordt de prijs van het tegenpartijrisico in een transactie gekwantificeerd. Waarom dient de prijs van een transactie te worden aangepast aan het kredietrisico van de tegenpartij? Dat laat zich goed uitleggen met de volgende vergelijking: ceteris paribus zal een partij altijd de voorkeur geven aan een transactie met een risicovrije[1] tegenpartij zoals de Nederlandse staat, in plaats van een identieke transactie met een risicovolle tegenpartij zoals een productieonderneming. Hieruit volgt dat er een prijsverschil dient te bestaan tussen beide transacties.

Door een forse toename van het tegenpartijrisico na de val van Lehman, moesten banken enorme extra voorzieningen treffen voor tegenpartijrisico. Uit onderzoek is gebleken dat tijdens de wereldwijde financiële crisis circa 2/3 van de verliezen uit hoofde van kredietrisico was toe te schrijven aan CVA verliezen en slechts 1/3 te wijten was aan daadwerkelijke wanbetalingen.

Minder voor de hand liggend is het tegenovergesteld van de CVA, namelijk het kwantificeren van het eigen kredietrisico. Dit wordt Debit Valuation Adjustment of DVA genoemd. DVA is enigszins contra-intuïtief: wanneer een onderneming namelijk minder kredietwaardig wordt (bijvoorbeeld na een verlaging van de credit rating), dan stijgt de DVA waardoor een boekhoudkundige winst mogelijk wordt. Toch verplicht IFRS 13 ondernemingen om bij het berekenen van fair value niet alleen CVA maar ook DVA mee te nemen in calculaties. Het bilateraal meten van kredietrisico’s is een combinatie van CVA en DVA en wordt ook Bilateral Valuation Adjustment (BVA) genoemd. De fair value van een derivaat is gelijk aan de risicovrije waardering minus de credit valuation adjustment plus de debit valuation adjustment.

Fair value = risk free valuation – CVA + DVA

Omdat de afkortingen niet altijd consistent gebruikt worden, is het zinvol om altijd het perspectief van diegene die beoordeelt in gedachten te houden. In het voorbeeld van een transactie tussen Bank X en Corporate Y is het perspectief als volgt:

–          Het kredietrisico dat Bank X loopt op Corporate Y is CVABANK

–          Het eigen kredietrisico van Bank X is DVABANK

–          Het kredietrisico dat Corporate Y loopt op Bank X is CVACORPORATE

–          Het eigen kredietrisico van Corporate Y is DVACORPORATE

Hieruit volgt dat:

CVABANK = DVACORPORATE

en

CVACORPORATE = DVABANK

DE BEREKENING VAN TEGENPARTIJRISICO

Er is geen specifieke methode in de accounting literatuur voorgeschreven hoe CVA en DVA precies berekend moet worden. De exacte omvang van de CVA en DVA correcties ten behoeve van de fair value berekening varieert al naar gelang een aantal factoren:

–          Het risicoprofiel van de beide partijen die betrokken zijn bij de transactie

–          De resterende looptijd van de transacties

–          De volatiliteit van (de onderliggende waarde van) het derivaat

–          Eventuele collateral afspraken tussen de partijen

–          Overige afspraken zoals netting agreements, concerngaranties etc.

Hieruit blijkt dat een juiste benadering van het tegenpartijrisico niet alleen het actuele risico (current exposure of CE) behelst, maar ook het potentiële toekomstige risico (potential future exposure of PFE) meeneemt in de berekening. In onderstaande grafiek staat een voorbeeld van het verwachte verloop van de marktwaarde van een renteswap.

Het tegenpartijrisico kan bij benadering met de volgende formule te bereken:

CVA = ∑ (EAD x PD x LGD op elk punt in de toekomst

Waar:

–          EAD (exposure at default) = de totale vordering op een tegenpartij op het moment van wanbetaling. De hoogte van deze variabele kan onder meer worden bepaald aan de hand van Monte Carlo simulaties.

–          PD (probability of default) = de kans op wanbetaling van een tegenpartij. Deze variabel kan worden bepaald aan de hand van credit default swaps of vergelijkbare data.

–          LGD (loss given default) = het uiteindelijke verlies op een vordering in geval van wanbetaling van een tegenpartij. Deze variabele is afhankelijk van de overeenkomst tussen partijen inzake collateral, eventuele thresholds, netting agreements etc. Vaak wordt een standaard percentage van 60% gehanteerd (1 – recovery rate van 40%).

CORRECTE DATA IS EEN UITDAGING

Het risicoprofiel van de beide partijen wordt bepaald aan de hand van diverse input parameters. IFRS kent een hiërarchie voor wat betreft de input die een onderneming kan gebruiken in de fair value berekeningen:

–          Level 1 data: verhandelbare instrumenten op een actieve markt voor identieke assets en liabilities (voorbeeld: credit default swaps)

–          Level 2 data: observeerbare input anders dan verhandelbare instrumenten (voorbeeld: een recente uitgegeven obligatielening)

–          Level 3 data: niet genoteerde en niet observeerbare prijzen (voorbeeld: de kredietopslag op een recent aangetrokken banklening)

Algemeen geldt dat hoe lager men op de hiërarchieschaal komt, des te subjectiever de inschatting en des te meer deze onderbouwd dient te worden. Aangezien de meeste ondernemingen derivatentransacties doen met een internationale bank met een (redelijk) liquide CDS-curve, zal het berekenen van de CVACORPORATE (DVABANK) weinig problemen opleveren. Het berekenen van de CVABANK (DVACORPORATE) is vanwege het gebrek aan level 1 en 2 data een behoorlijke uitdaging. De hoogte van de credit spread op een banklening is doorgaans een momentopname en is daarom mogelijk niet meer actueel. Verder zit in deze spread een deel winstmarge voor de bank en liquiditeitsopslag verwerkt en kan dus niet zonder meer op de zelfde manier als een CDS spread worden ingezet.

ENKELE PRAKTIJKVOORBEELDEN

Het effect van CVA en DVA op een fair value berekening is het grootste bij derivaten met een lange resterende looptijd, die een negatieve marktwaarde hebben voor de onderneming en waar een significant verschil is tussen de kredietwaardigheid van beide partijen. Onderstaand enkele voorbeelden van veel voorkomende derivaten. Hier

Voorbeelden FX forward contracten:

Voorbeelden IRS contracten:

Uit bovenstaande voorbeelden blijkt dat de actuele marktwaarde (positief of negatief) een grote impact heeft op de fair value. Daarnaast heeft de resterende looptijd een grote invloed. Samenvattend kan worden gesteld dat contracten die fors ‘out-of-the-money’ zijn of nog een lange restant looptijd kennen, een relatief groot verschil tussen de ‘risk free’ waardering en de fair value waardering.

DE IMPACT OP HEDGE ACCOUNTING

De impact van fair value waardering op de effectiviteit van de hedge zal van geval tot geval moeten worden bekeken. Onze verwachting is dat dit minder impact heeft cash flow hedge accounting en meer impact kan hebben voor fair value hedge accounting.

TOT SLOT

De invoering van IFRS 13 op 1 januari 2013 heeft een aantal nieuwe en complexe onderdelen in de fair value waardering van derivaten geïntroduceerd. Mocht u vragen hebben over wat deze standaard betekent voor de waardering van uw derivaten en voor de gevolgen hiervan voor hedge accounting, neemt u dan contact met ons op.


[1] De term ‘risicovrij’ is de afgelopen jaren in een heel ander daglicht komen te staat, maar dat onderwerp valt buiten het blikveld van dit artikel.