EIB verstrekt Europese leningen in Nederland. Eind 2013 heeft het academisch ziekenhuis Maastricht in samenwerking met Montesquieu een financiering van EUR 60 miljoen verkregen van de Europese Investeringsbank (hierna: de EIB). Is deze transactie mogelijk een bevestiging van de gegroeide focus van de EIB op kredietverlening binnen Nederland? In deze publicatie gaan we eerst in op de leenactiviteiten van de EIB binnen Nederland in de afgelopen 10 jaar om vervolgens in te zoomen op de recente transactie met het azM. Dit doen we in de vorm van een interview met de heer Houben, werkzaam als treasurer bij het azM.

Kredietwaardigheid banken

Nederland beschikte jarenlang over een uiterst solide bancaire sector. Veel van de partijen binnen Europa die voorheen ‘Triple A’ waren, zijn Nederlandse banken: Rabobank, Bank Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Waterschapsbank. Aangezien de funding van de Nederlandse banken daardoor goed geborgd was en vanwege de ruime beschikbaarheid van kapitaal binnen Nederland, ontbrak de noodzaak bij de EIB om extra aandacht te geven aan Nederland. Recent echter hebben al deze banken de hoogst mogelijke rating verloren (zie tabel 1) na de downgrade van de rating van de Nederlandse Staat door het ratingsbureau S&P. Dit zal naar verwachting gevolgen hebben voor de funding-kosten van deze banken. Daarnaast speelt nieuwe regelgeving (Basel 3) een rol waardoor banken minder (zeer) langlopende leningen kunnen verstrekken. Thans lijkt er dus meer dan in het verleden een rol weggelegd voor EIB krediet binnen Nederland.

EIB krediet binnen Europa

De EIB publiceert op haar website een lijst met projecten die zij de afgelopen jaren gefinancierd heeft. Hieruit blijkt dat in de afgelopen 10 jaar, in de periode 2004 – 2013,  binnen Europa 5.155 projectfinancieringen zijn verstrekt voor een totaalbedrag van € 514 miljard. Hiervan zijn 97 (ofwel 1,9%) leningen verstrekt binnen Nederland voor een totaalbedrag van € 10,7 miljard (ofwel 2,1%). Nederland neemt hiermee de 14e plek in na België en Zweden (zie tabel 2). Wanneer het verstrekte krediet wordt gerelateerd aan de omvang van de economie (BBP) blijkt dat Nederland samen met Denemarken van alle landen het minst aan EIB krediet heeft ontvangen.

EIB krediet in Nederland

Interessant is verder welke sectoren de middelen toekomen die de EIB aan Nederland ter beschikking stelt. Het blijkt dat drie sectoren driekwart van het financierings-volume aantrekt: financiële instellingen (28,5%), energie (24,1%) en transport (23,0%). De zorgsector komt pas op de vierde plek met een volume van € 729 miljoen (6,8%).

EIB leent aan banken

Opvallend is de koppositie van financiële instellingen als afnemer van EIB kredieten. Hierbij dient evenwel opgemerkt te worden dat nagenoeg alle verstrekte kredieten geoormerkt blijken te zijn voor het stimuleren van kredietverlening aan kleine en middelgrote ondernemingen (een van de speerpunten van het beleid van de EIB). Het lijkt dus niet zo te zijn dat de EIB in de eerste plaats zelf financiering verstrekt aan bijvoorbeeld een ziekenhuis en daarnaast via een bank dat indirect nog eens gebeurd. Dat zou immers geen efficiënte risicoverdeling van krediet zijn.

Verder blijkt dat ook in andere landen binnen Europa gemiddeld een kwart van het kredietvolume  toegewezen door de EIB naar financiële instellingen  gaat. In Nederland heeft Rabobank vooralsnog het grootste volume  aan financiering verkregen (€ 1,2 miljard) in de afgelopen vijf jaren, gevolg door ING (€ 780 miljoen) en ABN AMRO (€ 300 miljoen).

Conclusie

Nederland lijkt relatief minder ervaring te hebben met Europese leningen ten opzichte van  andere Europese landen. Dit terwijl de behoefte hiertoe de afgelopen jaren gegroeid lijkt te zijn. Derhalve zou er de komende jaren meer kapitaal naar Nederland kunnen vloeien waarmee de EIB invulling geeft aan haar beleidsdoelstellingen. Dit is gunstig voor de realisatie van grote projecten in de publieke en semipublieke sector welke inpasbaar zijn binnen de speerpunten van de EIB, te weten: stimuleren van het MKB, duurzaamheid, innovatie, (duurzame) energie, infrastructuur en (duurzame) gebiedsontwikkeling.

Interview met de heer Houben, treasurer bij het academisch ziekenhuis Maastricht 

Eind 2013 heeft het azM een Europese lening bij de EIB aangetrokken ter financiering van de geplande nieuwbouw aan de Verheylaan. Een ander deel van de benodigde financiering zal door BNG en huisbank ING worden verstrekt.

Het azM is in contact gekomen met de Europese Investeringsbank met als resultaat dat het als een van de eerste ziekenhuizen in Nederland een aantrekkelijke lening heeft kunnen aantrekken. Hoe hebben jullie het traject met de EIB ervaren?

“Parallel aan een traject met ING en BNG bank hebben we een intensief traject met de EIB doorlopen. De gesprekken met de EIB verliepen prettig en professioneel. De EIB werkt met gestandaardiseerde contracten met bepaalde specifieke voorwaarden. Enerzijds is dat prettig, anderzijds is er daardoor op sommige punten minder ruimte voor onderhandeling. De EIB heeft een uitvoerig due diligence onder

Het azM is in contact gekomen met de Europese Investeringsbank met als resultaat dat het als een van de eerste ziekenhuizen in Nederland een aantrekkelijke lening heeft kunnen aantrekken. Hoe hebben jullie het traject met de EIB ervaren?

“Parallel aan een traject met ING en BNG bank hebben we een intensief traject met de EIB doorlopen. De gesprekken met de EIB verliepen prettig en professioneel. De EIB werkt met gestandaardiseerde contracten met bepaalde specifieke voorwaarden. Enerzijds is dat prettig, anderzijds is er daardoor op sommige punten minder ruimte voor onderhandeling. De EIB heeft een uitvoerig due diligence onderzoek uitgevoerd waarbij ook professionals uit niet-financiële disciplines meekeken om onze investeringsplannen te beoordelen. Qua pricing bleken zij ons mooie tarieven te kunnen bieden waarbij een winstoogmerk geen rol speelt. Er is enkel sprake van een geringe opslag om de interne kosten te dekken bovenop de inleenkosten van de bank zelf.”

Hoe hebben jullie anderzijds het eveneens afgesloten traject met ING en BNG bank ervaren?

“Het traject heeft uiteindelijk een stuk langer geduurd dan vooraf gedacht. Waar de vorige keer nog weinig aandacht werd geschonken aan de kleine lettertjes, ging het daar nu soms bijna alleen nog maar over. Het is natuurlijk voor een belangrijk deel te verklaren door de financiële crisis, toezicht op de banken en nieuwe regelgeving voor de banken, zoals Basel III. Dit vertaalt zich dan ook terug naar de klant. Verder was de kredietdocumentatie deze keer veel uitgebreider. Gelukkig heb ik hierbij goede juridische en financieel-technische ondersteuning gekregen. Bij het tot stand komen van de documentatie bestond wel ruimte voor onderhandeling maar enkel op basis van een sterke argumentatie. Verder viel op dat waar een aantal jaren geleden het tarief het belangrijkste was in de onderhandelingen, nu ook de voorwaarden net zo belangrijk zijn geworden. Aan het eind van de rit hebben we voor de komende jaren een passende financiering kunnen afspreken met onze huisbank ING en de Bank Nederlandse Gemeenten.”

Waarom, denk je, is het jullie gelukt om een lening te kunnen verkrijgen van de EIB? Zij verstrekken immers niet zomaar een lening.

“Het  kennismakingsgesprek met de EIB gaf al het nodige vertrouwen. Het feit dat een ander UMC ons al voor was gegaan heeft hierbij vermoedelijk ook wel geholpen”.

Montesquieu heeft in 2012 ook het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam geadviseerd bij het verkrijgen van EIB financiering.

”Los van de harde eisen waaraan een investeringsproject dient te voldoen om in aanmerking te kunnen komen voor EIB financiering, zoals bijvoorbeeld de omvang van de investering(en) en in hoeverre het project tegemoet komt aan de beleidsdoelstellingen van de bank, hebben wij een solide business case. Zonder een haalbare casus, had de EIB zeer waarschijnlijk niet meegedaan. In dat opzicht gedraagt zij zich als een reguliere bank.”

Zijn jullie nog tegen verrassingen opgelopen in het gehele traject en hoe zijn jullie hiermee omgegaan?

“Wat mij betreft hebben zich in het EIB traject weinig grote verrassingen voorgedaan. Voor een groot deel waren wij al op de hoogte gesteld van wat er op ons af zou komen. Bij het traject met de commerciële banken hebben diverse nieuwe zaken gespeeld die in het verleden geen onderwerp van discussie waren. Met name de rol van de zorgverzekeraar(s), de bevoorschotting en de zekerheden zijn veel explicieter punt van onderhandeling geweest. Al met al merk ik dat er veel veranderd is. Je zou kunnen zeggen dat er sprake is van een exponentiële beweging in de intensiteit van het financieringstraject. In 2005 belde mijn voorganger nog met de bank en een dag later stond het geld al op onze rekening. Bij wijze van spreken konden we “voor de zekerheid” een paar miljoen extra krijgen. In 2009 was de financieringsdocumentatie voor een additionele financiering en het opnieuw aanbesteden van het huisbankierschap enkele pagina’s. In 2012 bij een navolgende financiering was dat al gegroeid tot circa 30 pagina’s. De huidige financieringsdocumentatie van de banken en de EIB is vele malen uitgebreider.”

In hoeverre hebben jullie nog gekeken naar alternatieve financieringsvormen en wat waren voor jullie hierbij de voornaamste overwegingen?

“We hebben inderdaad ook alternatieven bekeken. Je komt echter al snel tot de conclusie dat er nog maar weinig partijen in de markt zijn voor grote ziekenhuisfinancieringen. En dan hebben wij nog als voordeel dat een UMC een aparte status geniet. Zeker als je, zoals wij, liever niet het huisbankierschap gaat verdelen over meerdere partijen, blijven er maar één of twee banken over in Nederland. Qua alternatieven vielen buitenlandse banken al snel af omdat zij het lastig vinden om de Nederlandse zorgsector en de regelgeving te doorgronden. Daarnaast beschikken we niet over een creditrating waar buitenlandse partijen dan naar vragen.”

“Al met al hebben we denk ik één echt serieus alternatief overwogen in de vorm van een Schuldschein. Dat traject hebben we uitgebreid verkend, maar uiteindelijk toch niet doorgezet. De voornaamste reden was dat reguliere bancaire financiering voor ons beschikbaar was en per saldo het meest aantrekkelijk bleek ten opzichte van alternatieve financieringen.”

Hoe kijk je aan tegen de (bancaire) financiering van het ziekenhuis in de toekomst?

“Bij het aantrekken van nieuwe financiering zal dit heel goed afgestemd dienen te worden met de bestaande financiers. Nog meer dan in het verleden. Een goed voorbeeld hiervan is de verdeling van de zekerheden. Verder zal een ziekenhuis een groter deel van haar investeringen met eigen middelen dienen te bekostigen en minder met leningen. En het feit dat er momenteel maar een paar partijen bereid zijn om grote financieringen te verstrekken zal voorlopig nog wel even zo blijven. Ik zie hierbij wel een rol weggelegd voor fondsen die zich richten op leningen aan ziekenhuizen. Maar die initiatieven zijn vooralsnog dun gezaaid.”

Welke tip zou je andere (academische) ziekenhuizen geven die eveneens overwegen om financiering aan te trekken bij de EIB?

“Oriënteer jezelf eerst goed en ga dan in gesprek met de EIB. Als je ze over de streep wilt trekken is het van belang om de eigen organisatie te ‘verkopen’ en te laten zien waarom het project waarvoor financiering benodigd is, belangrijk en interessant is en waarom het past binnen de criteria van de bank. Een gedegen business case is uiteraard van belang en voor sommige, meer complexe vraagstukken rondom de financiering kun je gebruik maken van de expertise van financieel en juridische adviseurs met ervaring met dergelijke trajecten. In de communicatie kan er bilateraal met de EIB gecommuniceerd worden zodat je een relatie kunt opbouwen. “

Tot slot, hoe heb je de samenwerking met Montesquieu ervaren?

“De samenwerking met Montesquieu is niet nieuw, aangezien zij het azM al ruim 5 jaar ondersteunen op diverse finance gebieden. Ook in dit traject verliep de samenwerking uitstekend en kon het azM vertrouwen op de expertise van Montesquieu. Zij hebben heel goed zicht op welke financiers er ‘in de markt’ zijn, kunnen goed marktconformiteit (bijv. van tarieven) toetsen en zijn op de hoogte van de voorwaarden en eisen die financiers tegenwoordig hebben. Ik ervaar Montesquieu overigens niet alleen als adviseur, maar ook als sparringpartner en dat werkt bijzonder prettig.”

Over de auteur:

Paul Sluijter is Senior Advisor bij Montesquieu. Paul is te bereiken via onderstaand telefoonnummer of via paul.sluijter@montesquieu.nl

Klik hier voor de pdf-versie van deze publicatie: Februari 2014 – Europese leningen in Nederland