MontesquieuDit is het derde artikel in een reeks van zeven die ingaan op het proces dat een gemeente dient te volgen bij het verstrekken van financieringssteun. In dit artikel wordt ingegaan op de bepalingen die gelden voor staatssteun en de tariefstellingen van financieringen en garanties.

Staatssteun
In het vorige artikel is gesproken over het structureren van financieringssteun in het algemeen. Op het moment dat is geconcludeerd dat financieringssteun mag worden verstrekt, dient een gemeente nog te onderzoeken of dit kwalificeert als (ongeoorloofde) staatssteun. Staatssteun omvat maatregelen die de staat, provincie, gemeente of waterschap neemt met als doel haar eigen strategische beleid te verwezenlijken. Enkele voorbeelden van dergelijke maatregelen op gemeenteniveau zijn: gesubsidieerde herontwikkeling van een stadscentrum, reddingssteun voor een sportclub, verkoop van grond onder de marktprijs of renovatie van een bedrijventerrein.

In artikel 107 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) wordt beschreven dat er sprake is van staatssteun als:

  • De overheid de steun verleent of betaalt met overheidsmiddelen;
  • Eén bedrijf of enkele bedrijven economisch voordeel krijgen door de steun;
  • Dit voordeel alleen geldt voor één of meerdere bedrijven of sectoren;
  • Dit voordeel mogelijk zorgt voor oneerlijke concurrentie; en
  • Dit voordeel mogelijk invloed heeft op de handel tussen lidstaten1.

Als de steun cumulatief voldoet aan deze criteria, dient de gemeente dit op grond van artikel 108 lid 3 VwEU te melden bij de Europese Commissie. De Commissie toetst vervolgens of de maatregel wordt aangemerkt als staatssteun en of deze is toegestaan. De gemeente mag de staatssteun pas verlenen als de Europese Commissie hiermee akkoord gaat (stand still-bepaling). Op het moment dat de gemeente de staatssteun niet of te laat meldt, kan de Commissie besluiten om de steun – inclusief de wettelijke rente over de steun – terug te eisen van de ontvanger van de staatssteun.

Wanneer echter meteen duidelijk is dat een maatregel niet als staatssteun kwalificeert, hoeft de gemeente de maatregel niet aan te melden bij de Europese Commissie. Hiervan is sprake als:

  • De staatssteun geen economisch voordeel geeft. Hiervan is sprake als de overheid voorwaarden hanteert die ook voor een particuliere partij aanvaardbaar zijn, en de producten of diensten tegen marktprijs worden ingekocht;
  • De maatregel voor alle bedrijven en sectoren geldt;
  • Het gaat om een lokale maatregel;
  • Het gaat om een situatie die onder de uitzonderingen of vrijstellingen valt.

Vrijstelling aanmelden staatssteun
In enkele gevallen kan sprake zijn van vrijstelling van aanmelding. Deze vrijstellingen zijn uitgewerkt in de Algemene groepsvrijstellingsverordening 2014 en/of de De-minimisverordening 2014. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld algemene maatregelen die voor alle bedrijven gelden of steun aan het midden- en kleinbedrijf (MKB). Een van de meest gebruikte vrijstellingen heeft betrekking op Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Deze diensten zijn, door de specifieke eisen die de overheid aan deze diensten stelt, niet altijd rendabel. In een dergelijke situatie mag de overheid de extra kosten compenseren die de exploitatie van een dergelijke dienst met zich meebrengen.

Met de vrijstellingen wil de Europese Commissie de verschillen in de economische ontwikkeling binnen en tussen de lidstaten verkleinen. Als de gemeente van een vrijstelling gebruik maakt, hoeft zij de maatregel niet aan te melden bij de Europese Commissie. Wel dient een korte kennisgeving van de maatregel aan de Europese Commissie te worden gestuurd.

Geen staatssteun bij marktconform handelen
Om staatssteun te voorkomen dient een transactie waarbij een gemeente is betrokken op basis van marktconforme voorwaarden te worden aangegaan. Op dat moment is een financiële bevoordeling van de betreffende private partij immers niet aan de orde. Er hoeft dan ook niet te worden onderzocht of de betreffende transactie dient te worden aangemeld bij de Europese Commissie.

Er zou overigens beargumenteerd kunnen worden dat wanneer commerciële kredietverstrekkers niet bereid zijn een onderneming een financiering te verstrekken, het verstrekken daarvan door een gemeente al als niet-marktconform kan worden aangemerkt. Over het algemeen wordt echter het standpunt ingenomen dat het verstrekken van de financiering geen overtreding van het staatssteunverbod oplevert wanneer deze onder dermate voorwaarden wordt verstrekt zoals die door commerciële kredietverstrekkers zouden worden gehanteerd wanneer er wél een markt zou zijn2. Bij verstrekking van financieringssteun aan een onderneming door een gemeente, dient deze laatste dus te handelen zoals een commerciële marktpartij dat zou doen en dienovereenkomstige voorwaarden te hanteren.

Marktconforme voorwaarden
Drie voorwaarden die regelmatig een discussiepunt vormen zijn: het rentetarief/de garantiepremie, de looptijd en de zekerheden. Voor de looptijd geldt dat deze overeenkomstig dient te zijn met een looptijd die in de markt gangbaar is. Het rentetarief/de garantiepremie en de zekerheden zullen onderstaand nader worden besproken. Naast deze drie voorwaarden dienen uiteraard ook de overige voorwaarden (geboden en verboden, garantieverklaringen, informatieverplichtingen, et cetera) in de marktconformiteitsbeoordeling te worden betrokken.

Markconformiteit financiering
Rentetarief
De Europese Commissie heeft in 2008 een methode vastgesteld op basis waarvan een indicatie van de marktrente kan worden berekend3. De marktrente bestaat uit een basisrente en een opslag. De basisrente wordt periodiek geactualiseerd en wordt berekend op basis van de éénjaars IBOR (in de praktijk betreft dit de 12-maands EURIBOR) en bedraagt met ingang van 1 april 2016 voor Nederland 0,03%4. Opgemerkt dient te worden dat de Europese Commissie, ongeacht de looptijd van de lening, het éénjaars tarief hanteert. Marktconform is echter om, indien de rentevastperiode van de geldlening langer is dan één jaar, een conversie te maken van dit éénjaars tarief naar een tarief dat correspondeert met de rentevastperiode van de financiering. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de swapcurve om het rentetarief voor financieringen met een looptijd van meer dan één jaar vast te stellen.

De opslag die minimaal in rekening dient te worden gebracht is afhankelijk van de rating van de betrokken onderneming en de geboden zakelijke zekerheden. In onderstaande tabel staan deze opslagen uitgedrukt in procenten.

Opslagen voor leningen in basispunten

De rating kan afkomstig zijn van een ratingbureau zoals Moody’s, Fitch of Standard & Poor’s, maar er kan ook gebruik worden gemaakt van nationale ratingsystemen. In het geval van leningnemers zonder kredietverleden, zoals startende ondernemers, of waarvan de rating op grond van een analyse van de balans wordt bepaald, dient de opslag minimaal 4,00% te bedragen (afhankelijk van de beschikbare zakelijke zekerheden). De opslag kan echter nooit lager zijn dan de opslag die op de moederonderneming van toepassing zou zijn.

Zekerheden
Bij het bepalen van de zekerheidsstelling wordt gekeken naar de zekerheden die gewoonlijk door financiële instellingen als onderpand voor de verstrekte financiering worden gevraagd. Het deel waarvoor geen zekerheden kunnen worden gesteld en dat bij faillissement waarschijnlijk niet wordt terugbetaald, wordt het Loss Given Default (LGD) genoemd, uitgedrukt als percentage van de uitstaande vordering. De Europese Commissie verstaat onder “hoge” zekerheidsstelling een LGD van 30% of minder, onder “normale” zekerheidstelling een LGD tussen 31% en 59% en onder “lage” zekerheidstelling een LGD van 60% of hoger. De door de Europese Commissie gehanteerde classificatie van de LGD-percentages is naar onze mening niet marktconform, aangezien een LGD-percentage van 10% of lager in de markt wordt geclassificeerd als een hoge zekerheidsstelling.

Marktconformiteit garanties
Met betrekking tot garanties is de Europese Commissie van mening dat deze als marktconform kan worden beoordeeld indien wordt voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

  • De kredietnemer verkeert niet in financiële moeilijkheden;
  • De garantie houdt verband met een specifieke financiële transactie, heeft een vast maximumbedrag en is in de tijd beperkt;
  • De garantie dekt niet meer dan 80% van de uitstaande financiering of andere financiële verplichting;
  • Voor de garantie wordt een marktconforme premie betaald;
  • De zekerheden zijn pro rata verdeeld, i.e. de financier en de garantgever delen beide naar verhouding van het garantiepercentage in een eventueel verlies.

Premie
De hoogte van de premie wordt bepaald aan de hand van een risicobeoordeling die vergelijkbaar is met de wijze waarop de opslag van een financiering wordt bepaald. Indien de kredietnemer een MKB-onderneming is, wordt de garantie als marktconform beoordeeld indien voor het daadwerkelijk gegarandeerde bedrag de in de onderstaande tabel genoemde minimum jaarpremie (“safe harbourpremie”) in rekening wordt gebracht. De safe harbourpremies gelden voor het bedrag waarvoor aan het begin van elk betrokken jaar daadwerkelijk een garantie is verstrekt.

Bij overheidsprojecten kan er al snel sprake zijn van staatssteun. Het verdient derhalve aanbeveling om projecten waarvoor financieringssteun wordt gevraagd, en de daaruit voortvloeiende conceptovereenkomsten, te beoordelen op het gebied van staatssteun.

Montesquieu – een adviseur met ervaring
Gemeenten wordt steeds vaker de vraag gesteld om financieringssteun aan een marktpartij te verstrekken. Montesquieu wil met deze reeks artikelen gemeenten inzicht geven in de mogelijke voetangels en klemmen die zij kan tegenkomen in zo’n proces. Ons professionele team is regelmatig betrokken bij projecten waar financieringssteun aan de orde is, zodat zij altijd kan putten uit actuele ervaring. Daarnaast helpt Montesquieu gemeenten met hun financieel-strategische vraagstukken en risicomanagement. Wij zijn volledig onafhankelijk en werken samen met u aan de beste oplossing. Neemt u eens vrijblijvend contact met ons op en ontdek wat wij ook voor uw gemeente kunnen betekenen.

In deze reeks zijn ook de volgende artikelen verschenen:

De gemeente als bank?
De gemeente als bank – Afwegingskader
De gemeente als bank – Structurering
De gemeente als bank – Governance
De gemeente als bank – Documentatie
De gemeente als bank – Monitoring
De gemeente als bank – Herstructurering


1. De laatste twee criteria kunnen veelal lastig door de decentrale overheid zelf worden beoordeeld, aangezien de Europese Commissie hiervoor het primaat heeft.
2. Dit wordt wel het Market Economy Investor Principle (MEIP) of Market Economy Operator Principle (MEOP) genoemd.
3. Publicatie van de Europese Commissie: “Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C 14/02)” van 19 januari 2008
4. http://ec.europa.eu/competition/state_aid/legislation/base_rates_eu28tris_en.pdf