RJ290 heeft wijzigingen aangebracht in de verwerking en toelichting van derivaten. Dit kan een behoorlijke impact hebben voor ondernemingen op het vermogen en het resultaat. Zo is bij toepassing van kostprijs hedge-accounting de ineffectiviteit van de hedge niet meer –zoals voorheen– alleen afhankelijk van de hoofdsommen van de derivaten ten opzichte van de afgedekte positie. Voortaan moeten meer kenmerken worden beoordeeld om te kunnen vaststellen of er sprake is van ineffectiviteit. Andere wijzigingen betreffen het voortaan moeten toelichten van liquiditeitsrisico’s uit hoofde van hedgerelaties en het onder voorwaarden moeten afscheiden van embedded derivaten.

In deze publicatie wordt gefocust op de mogelijke ineffectiviteit van de hedgerelatie en de methodiek om de ineffectiviteit te berekenen. Hierna volgt de verwerking van de ineffectiviteit in de jaarrekening en de mogelijke gevolgen voor de hedge documentatie.

KRITISCHE KENMERKEN TOETS

Net zoals in het verleden dient een onderneming per balansdatum te bepalen of sprake is van ineffectiviteit. Ineffectiviteit wil zeggen dat de waardemutaties of volatiliteit van kasstromen van de afgedekte positie (bijvoorbeeld een variabel rentende lening) niet gecompenseerd worden door tegengestelde mutaties van het afdekkingsinstrument (bijvoorbeeld een renteswap). De RJ stelt hierbij overigens geen specifieke grenzen aan de mate van effectiviteit zoals die onder IFRS nog zijn voorgeschreven (80%-125%). De RJ legt hierbij de nadruk op verwerking van mogelijke verliezen in derivaten, waarbij de ineffectiviteit bepaald en eventueel verwerkt moet worden in de resultatenrekening als het derivaat niet volledig effectief is.

Toets van kritische kenmerken gaat verder dan de oude RJ290

Indien de kritische kenmerken van het derivaat en de afgedekte positie overeenkomen, zijn verdere kwantitatieve berekeningen van ineffectiviteit niet noodzakelijk. Voorbeelden van kritische kenmerken zijn hoofdsom, looptijd, renteherzieningsdatums, datums van ontvangst en betaling en basis van de rentevoet (bijvoorbeeld 3-maands Euribor).

Zoals eerder aangegeven volstaat bij de kritische kenmerken toets niet langer louter het kijken naar de hoofdsommen van het hedge-instrument ten opzichte van de afgedekte positie. Dit komt doordat onder andere rente ook gezien wordt als een kritisch kenmerk. Als de onderliggende rentevoet niet gelijk is bij de afgedekte positie en het hedge instrument, zal een nadere ineffectiviteitsmeting noodzakelijk zijn. Er kan dus niet meer volstaan worden met het vergelijken van de hoofdsommen. Als gevolg van deze wijzigingen zal er vaker een kwantitatieve meting van ineffectiviteit nodig zijn.

METEN VAN INEFFECTIVITEIT

Op het moment dat de kritische kenmerken niet overeenkomen, wordt enige mate van ineffectiviteit verondersteld en is een kwantitatieve ineffectiviteitsmeting voorgeschreven. De RJ geeft als meest geëigende invulling voor de kwantitatieve ineffectiviteitsmeting een vergelijking van de cumulatieve verandering van de marktwaarde van het hedge-instrument met de cumulatieve verandering van de waarde van de afgedekte positie sinds het aanwijzen van de hedgerelatie.

Dollar offset methode

Dit staat ook wel bekend als de dollar offset methode, de meest geëigende meting van ineffectiviteit. Bij deze methode dient een zogenoemd hypothetisch derivaat bepaald te worden.

HYPOTHETISCH DERIVAAT

Een hypothetisch derivaat is het perfecte derivaat ter afdekking van de risico’s van de afgedekte positie. Als het werkelijk afgesloten derivaat een marktwaarde heeft die meer negatief is dan de marktwaarde van dit hypothetisch derivaat, zou het geld kosten om naar de optimale hedge situatie te gaan. Dit verlies zal als zodanig verantwoord moeten worden (lees: ten laste van het resultaat).

De hypothetisch derivaat methode maakt het eenvoudiger om de waardeontwikkelingen van de afgedekte positie (weergegeven via het hypothetisch derivaat) te vergelijken met de waarde-ontwikkelingen van het werkelijke derivaat. Het hypothetisch derivaat (renteswap) zal kenmerken hebben die identiek overeenkomen met de kenmerken van de afgedekte positie (variabele rente op de lening). Aldus veronderstelt de hypothetische swap een exacte spiegel met de afgedekte kasstromen.

Bij deze methode moet bij aanvang van de hedgerelatie de marktwaarde van het hypothetische derivaat nihil zijn. In het geval van het afdekken van de variabele rente op de lening met een renteswap, wordt als hypothetisch derivaat een renteswap geconstrueerd. Omdat deze renteswap een initiële waarde van nul dient te hebben, wordt de vaste rente op een zodanige hoogte gesteld dat deze initiële waarde van nul wordt bereikt. De berekening van de vaste rente van het hypothetische derivaat is complex en vereist voldoende kennis, gegevens en technologie (pricing systemen).

Zo is dan een volwaardige hypothetische renteswap gecreëerd die –in plaats van de variabele rente op de lening zelf– wordt gebruikt om de (cumulatieve) markt- waardeveranderingen aan het einde van een rapportageperiode te berekenen. De berekening van de (cumulatieve) marktwaarde-veranderingen van de werkelijke renteswap vindt onveranderd plaats op basis van het derivaat zelf. De (cumulatieve) marktwaarde-veranderingen van de hypothetische renteswap en de werkelijke renteswap worden vervolgens met elkaar vergeleken (dollar offset) om de ineffectiviteit te bepalen.

VERWERKEN INEFFECTIVITEIT

Bij toepassing van kostprijs hedge-accounting hoeft een ineffectief deel van de hedgerelatie alleen te worden verwerkt voor zover de cumulatieve negatieve marktwaardeverandering van het hedge-instrument in absolute termen groter is dan de tegenovergestelde marktwaarde-verandering van de afgedekte positie. Dit betekent dat het werkelijke derivaat een meer negatieve waardeontwikkeling heeft gehad dan het perfecte (hypothetische) derivaat. Het zou dus ook daadwerkelijk geld kosten om naar de optimale hedge te gaan.

Deze wijze van bepalen van ineffectiviteit leidt ertoe dat als de absolute waardeverandering van het hedge-instrument groter is dan de waardeverandering van de toekomstige kasstromen, dit bedrag direct in de resultatenrekening wordt verwerkt voor zover het hedge-instrument een negatieve waardeontwikkeling ten opzichte van de kostprijs heeft. Indien die waardeontwikkeling ten opzichte van de kostprijs positief is, wordt deze ineffectiviteit niet in de resultatenrekening verwerkt, maar toegelicht (zie ook schema beneden).

Indien de waardeverandering van het hedge-instrument daarentegen kleiner is dan de waardeverandering van de toekomstige kasstromen, wordt geen ineffectiviteit in de resultatenrekening verwerkt, wel moet deze worden toegelicht.

Per saldo zorgt de beschreven methodiek ervoor dat in geval derivaten een positieve marktwaarde hebben er nooit ineffectiviteit verantwoord hoeft te worden in de resultatenrekening. Echter, omdat deze ineffectiviteit wel moet worden toegelicht, is het noodzakelijk om toch de diepgaandere kwantitatieve analyse te verrichten.

HEDGEDOCUMENTATIE

Naar aanleiding van de wijzigingen in RJ290 kan het noodzakelijk zijn om bestaande hedgedocumentatie aan te passen. Dit is bijvoorbeeld nodig indien de methodiek voor het bepalen van hedge ineffectiviteit wijzigt als gevolg van de wijzigingen in RJ290. De RJ heeft bepaald dat het wijzigen van hedgedocumentatie als gevolg van de wijzigingen in RJ290 wordt gezien als de voortzetting van een bestaande hedgerelatie. Dit hoeft dus niet te worden beschouwd als het beëindigen van een hedgerelatie en het opnieuw opstarten van een nieuwe hedgerelatie.

Hedge-accounting en hedge-documentatie zijn vooral bedoeld om vooraf de resultaten en de methodiek voor bepaling hiervan vast te leggen. Daardoor is het ook belangrijk om de methodiek voor bepaling van ineffectiviteit –inclusief bepaling van een hypothetisch derivaat– vooraf vast te leggen zodat hierover geen discussies ontstaan op het moment dat de kritische kenmerken niet overeenkomen.

WAT TE DOEN?

Om te kunnen voldoen aan de eisen vanuit de gewijzigde RJ290 zijn de volgende stappen met betrekking tot ineffectiviteitstoetsing van belang:

  • Berekenen van hypothetische derivaten en marktwaarden hiervan
  • Berekenen van marktwaarden van derivaten
  • Bepaling van ineffectiviteit
  • Opstellen / aanpassen van hedge-documentatie
  • Aanpassen van toelichtingen in de jaarrrekening
  • Communicatie met management en toezichthouders omtrent de impact van de wijzigingen

TOT SLOT

De genoemde wijzigingen in RJ290 hebben tot gevolg dat het belangrijk is tijdig te starten met de werkzaamheden vanwege de hoeveelheid en complexiteit van de werkzaamheden.

Montesquieu is zeer ervaren op dit gebied en is als onafhankelijke partij graag van dienst om u als onderneming te ontzorgen voor wat betreft bovenstaande te nemen stappen. Mocht u hierin geïnteresseerd zijn, neemt u dan gerust contact met ons op.