Wijzigingen in RJ 290 met betrekking tot embedded derivaten:
weet u waar u aan toe bent?

Op 19 december 2013 publiceerde de Raad van de Jaarverslaggeving (RJ) nieuwe regels voor de verwerking van embedded derivaten. Met deze nieuwe regelgeving verplicht de RJ ondernemingen die onder Dutch GAAP rapporteren om onder bepaalde omstandigheden embedded derivaten af te splitsen van het basiscontract. Hierdoor moeten alle ondernemingen die onder Dutch GAAP rapporteren alle contracten analyseren op embedded derivaten. Deze wijziging kan grote impact hebben aangezien de meeste ondernemingen die onder Dutch GAAP rapporteren derivaten en leningen waarderen tegen kostprijs of lagere marktwaarde. Hierdoor konden deze ondernemingen tot voor kort gebruik maken van een uitzondering op het splitsen en separaat waarderen van embedded derivaten. Het is sinds de nieuwe regelgeving niet meer mogelijk om gebruik te maken van deze uitzondering.

Wat is een embedded derivaat?

Een embedded derivaat is een derivaat dat onderdeel is van een basiscontract. Een voorbeeld hiervan is de optionaliteit van een kredietgever om in een toekomstige renteperiode een variabele- of vooraf afgesproken vaste rente te vorderen van de kredietnemer. De kredietgever heeft in dit voorbeeld een eenzijdig recht en de kredietnemer heeft de contractuele plicht te voldoen aan de wens van de kredietgever, wanneer de kredietgever haar recht uitoefent.

Wat betekent deze verandering voor ondernemingen die op kostprijs waarderen?

Tot voor de eerder genoemde wijziging in RJ290 was het mogelijk om het basiscontract met daarin het embedded derivaat als een geheel te verwerken conform de regels voor het verwerken van het basiscontract. Zo kon een lening met een embedded derivaat gewaardeerd worden tegen geamortiseerde kostprijs. Per 1 januari 2014 wil de RJ ondernemingen verplichten om onder bepaalde voorwaarden derivaten ook in een kostprijs omgeving af te splitsen en separaat te waarderen. Zo wordt de invloed van deze derivaten op de financiële positie van de onderneming inzichtelijk gemaakt.

Voorwaarden afsplitsen van embedded derivaten

Allereerst dient de vraag gesteld te worden of het samengestelde instrument tegen reële waarde of tegen kostprijs gewaardeerd wordt. In geval van een waarderingsgrondslag op basis van reële waarde hoeft het embedded derivaat niet afgesplitst te worden. Als de waardering van het samengestelde instrument echter op basis van kostprijs plaatsvindt, zal vervolgens getoetst moeten worden of het afgezonderde instrument, met dezelfde voorwaarden als het embedded derivaat, ook voldoet aan de definitie van een derivaat. Wanneer dit wel het geval is zal er nog een laatste, maar cruciale vraag gesteld moeten worden, namelijk of er sprake is van een nauw verband tussen de economische kenmerken en de risico’s van het embedded derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract.  Wanneer er geen sprake is van nauwe verbondenheid zal het embedded derivaat gesplitst en separaat gewaardeerd moeten worden.

Dienstverlening Montesquieu

Bij het afscheiden en separaat waarderen van embedded derivaten kan dit negatieve gevolgen hebben voor het eigen vermogen en de solvabiliteit. Kennis van het waarderen en de gevolgen voor de jaarrekening zijn hierbij essentieel.

Montesquieu is als onafhankelijke partij graag van dienst om allereerst te analyseren of er sprake is van embedded derivaten in de contracten. Mocht hier sprake van zijn en dienen deze derivaten afgesplitst te worden, dan verzorgen wij graag de waardering van deze instrumenten. Dit kan een complexe exercitie zijn. Montesquieu is zeer ervaren op dit gebied en verzorgt voor vele partijen deze dienstverlening.

Indien nadere informatie of advies gewenst is dan kunt u contact opnemen met de treasury specialisten van Montesquieu .